aanmelden
cursusdata
contact

Wanneer de bevalling zich aankondigt

 

De uitgerekende datum is de dag dat je 40 weken zwanger bent. Van 37 tot 42 weken zwangerschap mag je onder onze leiding bevallen en mag je baby in principe onder onze leiding geboren worden. De verloskundige die dienst heeft zal je bevalling begeleiden.

Een bevalling van een eerste kind duurt ongeveer 24 uur, waarvan de eerste uren met name contracties zijn die de baarmoedermond rijp maken. Voor de werkelijke ontsluiting rekenen we ongeveer 12 uur. Iets meer dan 1 centimeter per uur. Een bevalling van een tweede kindje gaat vaak wat sneller.

 

Nadat je volledige ontsluiting hebt, ga je nog 1 á 1½ uur persen. Weeën zijn contracties van de baarmoederspier die voor ontsluiting zorgen. Door dat samentrekken, ‘drukken’ de contracties de baby in de richting van het baringskanaal. Doordat het hoofdje op de ontsluitingsring drukt, opent deze zich.

 

Je bent pas aan het bevallen als je contracties voor ontsluiting zorgen. Dan pas gaan we spreken over het hebben van weeën. Eerder niet! Omdat je baarmoedermond bestaat uit heel sterk bindweefsel (het heeft immers 9 maanden jullie kind binnengehouden) moet deze, eerst week en zacht worden, alvorens hij zich kan openen. Iedere zwangere 'doet' dit ‘week worden’ anders. Ook is er verschil of het je eerste kind is, of dat je al eens vaker bent bevallen. Voor de een begint het al aan het eind van de zwangerschap, met een menstruatieachtig gevoel, harde buiken en steken. Voor de ander vindt het week worden plaats aan het begin van de bevalling. Eerst met veel onregelmatige contracties. Die worden met het verstrijken van de uren steeds regelmatiger en gaan daarna over in weeën, omdat er dan ontsluiting gaat ontstaan. Een vrouw zal nooit bevallen als haar baarmoedermond niet week en zacht is (wij noemen dat RIJP). Omdat bij de ene vrouw de baarmoedermond eerder rijp is, zal zij ook eerder bevallen dan een andere vrouw die er langer over doet om een rijpe baarmoedermond te krijgen. Ook in een ziekenhuis zal de gynaecoloog, als dat enigzins mogelijk is, de bevalling niet eerder in gang zetten dan dat de baarmoedermond rijp is.

 

We adviseren, zeker als je gaat bevallen van jullie eerste kind, om bij ons de voorlichtingsavonden te volgen. Daar vertellen wij uitgebreid over het verloop van de baring.

 

Baringshoudingen

 

Tijdens het persen kun je verschillende houdingen aannemen. Het beste kun je tijdens de bevalling bepalen wat je het prettigst vindt. Dat is afhankelijk van verschillende factoren zoals:

  • de kracht van de weeën;

  • de sterkte van de persdrang;

  • of de baby erg vlot of juist langzaam door het baringskanaal komt;

  • de grootte van de baby;

  • de soepelheid van je bekkenbodemspieren.

Liggend op de rug

 

De meeste vrouwen bevallen liggend op bed. In principe beginnen wij met je benen in bed te persen. Komt het kind dan niet dieper of voel je niet goed waar je heen moet persen dan vragen wij je je benen op te pakken en je kin op je borst te doen. Je maakt dan maximale ruimte voor het kind en je hebt zo doorgaans de meeste kracht.

Persen hoef je nooit meteen perfect te doen. We gaan altijd eerst oefenen, voor we actief gaan persen. Dit tellen we ook mee in de duur van de uitdrijving.

 

Zittend op bed

 

Hierbij zit je, met rechte rug, wat achterovergeleund (anders kan de baby er niet langs i.v.m. het matras), gesteund door een ruggesteun of het verstelbare bovenstuk van het bed. Er kan ook iemand achter je zitten.

 

Zittend op de baarkruk

 

Ook hier zit je wat achterover. Er zit iemand achter je op een stoel om je te steunen. Je steunt met je armen op de benen van de persoon die achter je zit.

Voor vertikaal bevallen geldt dat je heel coöperatief moet zijn. Je weet nooit van tevoren hoe dit voor jou is. De bevalling kan snel gaan en het zicht op de bekkenbodem is voor ons minder. Het is ook een heel actieve manier van bevallen. Sommige vrouwen zijn gewoon te moe om nog zittend te persen.

 

Tijdens je bevalling zul je dus zelf ervaren wat voor jou de beste houding is.

Ga je in het ziekenhuis bevallen? De ziekenhuisbedden kunnen allemaal in een vertikale stand. Verloopt je bevalling normaal, zonder te verwachten kunstgrepen, dan kun je altijd vertikaal baren als je dat wilt. Ziekenhuispersoneel denkt er niet altijd aan om dit voor te stellen. Vraag of het voor jou mogelijk is.

 

Angst voor de bevalling

 

Het is belangrijk om je bevalling rustig in te gaan. Als je nerveus of angstig bent, maak je namelijk meer adrenaline aan en dat remt zowel de afgifte van pijnstillende endorfines, alsook van het weeënstimulerende hormoon oxytocine. Nerveuze vrouwen hebben daardoor meer pijn tijdens de bevalling én… de bevalling kan ook langer duren. Bij de meeste vrouwen ebt de angst helemaal weg als de bevalling eenmaal begonnen is.

Iedereen is anders. Er zijn vrouwen, die vooraf niets willen weten, maar er zijn ook vrouwen die van A tot Z willen weten waar ze aan toe zijn. Dat geeft hen houvast.

 

Tien procent van de vrouwen blijft angstig. Het is heel belangrijk dat je aangeeft als je bang bent om te gaan bevallen. Misschien kunnen wij dan een deel van die angst wegnemen, door samen met jou een bevallingsplan te maken.

Mocht het nodig zijn, dan is er pijnstilling beschikbaar in ziekenhuizen. Je wordt absoluut niet als 'opgever' of 'mislukkeling' gezien en je 'faalt' ook niet als je aangeeft dat je pijnstilling nodig hebt.

 

Wat je rust kan geven, is het besef dat je samen met je baby bent. En dat de baby samen met jou aan het werk is om geboren te worden.

Verloskundige Lillian Wirken heeft een boek geschreven met dit onderwerp waar je erg veel aan kan hebben.

 

'Als bevallen spannend is'. Kijk op www.lillianwirken.nl

 

Tips om rustiger je bevalling in te gaan

 

Hoe rustiger je met de bevalling begint, des te beter zal het gaan!

  • Deel je angsten met je partner.

  • Bekijk of je partner ook angstig is. Kan hij je steunen? Of is hij eigenlijk ook erg bang?

  • Vertel je verloskundige, gynaecoloog of huisarts dat je bang bent voor je bevalling. We kunnen je helpen en uitleggen wat de mogelijkheden zijn om de bevalling zo prettig mogelijk te laten verlopen. Gaat zo'n gesprek niet zoals je hoopte, maak dan een afspraak op de bijzondere spreekuren bij ons in de praktijk.

  • Probeer zo min mogelijk naar 'verschrikkelijke bevallingsverhalen' te luisteren. Ook niet die van je moeder of schoonmoeder. Bevallingservaringen zijn niet erfelijk!

  • Als het bij je past, is het verstandig om je goed voor te bereiden op de zwangerschap en de bevalling, door middel van een zwangerschapscursus. Kies er vooral een die bij je past.

  • Zet op papier wat je wilt, wie je bij je bevalling wilt hebben, hoe je wilt bevallen en vraag je verloskundige, gynaecoloog of huisarts wat de mogelijkheden zijn.

    Overzie je het toch allemaal niet en blijf je denken: 'Kan ik het allemaal wel? Raak ik niet in paniek? Hoe moet het nu met al die pijn', enzovoorts, geef dat dan aan op het spreekuur. Het is belangrijk dat we samen tot een goed beleid rondom je baring komen.

Knippen en hechten

 

Veelbesproken na de bevalling is... het hechten. Je hoort er meestal niet de leukste dingen over. Hechtingen kunnen nogal pijnlijk zijn en ze kunnen je in je beweeglijkheid tijdens de kraamperiode beperken. Je wordt gehecht als je tijdens de bevalling bent ingeknipt of ingescheurd.

 

Scheuren

 

Doordat het hoofdje van de baby door de vagina geperst wordt, komt er zoveel spanning op de huid rond de vagina te staan, dat deze kan scheuren. Dit inscheuren kan naar voren, richting schaamlippen gebeuren, of naar achteren, richting de anus. Oppervlakkige scheurtjes hoeven niet gehecht te worden. Een diepere scheur (ruptuur) tot in de spier moet wel gehecht worden.

 

Een heel enkele keer gebeurt het dat het weefsel tussen vagina en anus (het perineum) helemaal scheurt. De scheur kan dan door de kringspier van de anus heen gaan. Dit wordt een totaalruptuur genoemd. Voor hechten van een totaalruptuur moet je altijd in het ziekenhuis onder narcose worden gehecht.

 

De knip (ook wel episiotomie of epi genoemd)

 

Met een knip wordt het met een schaar inknippen van de bekkenbodemspieren bedoeld om de uitgang van de vagina te vergroten.

Wanneer wordt er besloten een knip te zetten?

  • Als een grote ruptuur dreigt, met kans op een totaalruptuur.

  • Als de toestand van de baby verslechtert tijdens het laatste deel van de uitdrijving. Dan is er geen tijd om de bekkenbodemspieren op natuurlijke wijze door de weeën te laten oprekken. Het laatste stuk van de uitdrijving wordt versneld door een knip te zetten, zodat de uitgang van de vagina kunstmatig wordt vergroot.

  • Als het hoofd van de baby in een andere stand geboren wordt dan normaal. Bijvoorbeeld met het hoofdje naar achteren.

  • Bij een kunstverlossing (een bevalling met behulp van een vacuümpomp).

  • Bij een stuitbevalling.

  • Bij een vroeggeboorte

  • Als er tijdens een vorige bevalling sprake was van een totaalruptuur.

Pijn

 

Over verdoven, vóór het zetten van een knip, wordt verschillend gedacht. De stelregel is dat ‘mits er de tijd voor is’ er altijd verdoofd behoort te worden, voordat er geknipt wordt. Soms is er evenwel geen tijd om te verdoven, omdat het belangrijk is dat de baby zo snel mogelijk geboren wordt. Dan wordt de knip gezet op het hoogtepunt van een perswee. Eigenlijk merk je dan niet dat je ingeknipt wordt. De huid rond de vagina staat dan zo gespannen, dat het praktisch gevoelloos is.

 

Hechten

 

Er wordt altijd onder verdoving gehecht! Als er nog niet verdoofd is voor het zetten van de knip, dan wordt er voorafgaand aan het hechten een verdoving gegeven. Hechten kan overigens ook met verdoving nog wel een vervelend gevoel geven.

Een scheur en een episiotomie worden altijd in lagen gehecht. Voor de binnenste lagen gebruiken we oplosbaar hechtmateriaal. Het hechten van de buitenste laag, de huid, wordt op verschillende manieren gedaan. Óf de hechtingen worden geknoopt, óf het wordt intracutaan (onder de huid) gehecht.

 

Geknoopte hechtingen worden op de 7e of 8e dag van je kraambed verwijderd.

Het zal duidelijk zijn dat oplosbare hechtingen vanzelf verdwijnen. Het kan gebeuren dat je tot enkele weken na je bevalling nog een stukje hechtdraad verliest. Dat is niet erg.

 

Tips in het kraambed

  • Als een paar uur na het hechten de verdoving is uitgewerkt, dan kunnen hechtingen nogal gevoelig zijn. Ook als je geen knip hebt gehad voelt het hele gebied rond de vagina beurs aan. Je perineum voelt vaak zwaar aan, is opgezet en bij plassen geeft het een branderig gevoel. De hechtingen kunnen trekken en het kan moeilijk zijn om een houding te vinden die pijnloos is. Dit kan zeker als je zelf voedt zeer lastig zijn.

  • Vaak is het de eerste dagen fijner om te liggen dan te zitten.

  • Ga nooit op een zogenaamde windring zitten. Daar krijg je alleen maar zwelling van.

  • Als je gaat zitten, probeer dat dan te doen op een harde stoel.

  • Lang staan en lopen moet je de eerste dagen niet doen. Een wond kan het beste genezen als je rust.

  • Als je moet plassen, doe dat dan bij voorkeur onder de douche. Je urine wordt verdund waardoor het minder branderig aanvoelt en bovendien blijft de wond mooi schoon.

  • Een natgemaakt maandverband uit de vriezer kan helpen tegen de zwelling en helpt de doorbloeding.

  • Een zo droog mogelijke wond geneest sneller dan een vochtige wond. Als het vloeien al wat minder is, kun je prima met blote billen op een kraammatras in bed gaan liggen.

  • Meestal duurt het wel een paar dagen voor je weer ontlasting hebt. Als je aandrang hebt, ook al lijkt het eng, ga dan toch naar de toilet en probeer zo weinig mogelijk te persen.

Hoe herstelt het perineum.

 

Als je hechtingen, een beurs gevoel en een gezwollen perineum hebt, dan zul je je vast wel eens afvragen, of het ooit nog goed komt, daar beneden. De vagina herstelt zich in 5 tot 8 weken in min of meer de toestand van voor de bevalling. De bekkenbodemspieren herstellen zich langzaam. Ook in 5 tot 8 weken, alleen blijft de uitgang van de vagina meestal iets wijder dan voor de bevalling. Het is erg belangrijk om bekkenbodemspieroefeningen te doen! Vanaf ongeveer 6 weken na de bevalling kun je daar mee beginnen. Zie kraambed

 

Een goed genezen knip is een litteken en voelt in het begin als een stugge verdikking aan. Deze verdikking trekt langzaam weg tot er een dun wit streepje achterblijft.

 

Wat als het perineum niet goed geneest.

 

In sommige gevallen gaat de wond ontsteken. Dat is vervelend en kan pijnlijk zijn. Het hangt erg van de ernst van de ontsteking af, wat wij je dan adviseren.

Er zijn vrouwen, die last blijven houden van het perineum, terwijl de oude wond er ogenschijnlijk goed uitziet. Soms is het bindweefsel dat ontstaan is erg stug en moet je het soepel masseren met een beetje olie. Als dat niet helpt, dan moet je echt contact met ons opnemen! Soms is de pijn heel makkelijk te verhelpen. Dat je je perineum tijdens het vrijen nog een aantal maanden voelt is wel normaal te noemen, maar die klachten moeten met een half jaar toch verdwenen zijn.

 

De nageboorte

 

De nageboorte is de laatste fase van de bevalling, waarbij de moederkoek (of placenta) wordt 'geboren'. De placenta is het orgaan dat tijdens de zwangerschap gezorgd heeft voor de zuurstofvoorziening, de voedselopname en de uitscheiding van afvalproducten van de baby. Bij het geboren worden van de placenta moet je weer meepersen. Na de geboorte van de baby krijg je een injectie met een hormoon wat er voor zorgt dat je baarmoeder snel en goed samentrekt. De moederkoek laat dan snel los. Hiermee zorgen we ervoor dat het bloedverlies na de bevalling zo beperkt mogelijk blijft.

 

Na de geboorte van de placenta kan er wat bloedverlies zijn. Bellen naar familie mag dan ook pas, als ook de placenta is geboren. Het wachten op de placenta mag ongeveer een 30 minuten duren. Als de placenta niet spontaan loslaat, zal hij operatief verwijderd moeten worden in het ziekenhuis.

 

Als je thuis bent bevallen ga je per ambulance naar het ziekenhuis. Je kindje gaat natuurlijk mee. De ambulance mag geen baby vervoeren. Daarom zal je partner met de baby in de Maxi-Cosy zelf naar het ziekenhuis moeten rijden. Het is dus verstandig om vooraf te ‘repeteren’ met het vastzetten van de Maxi-Cosy in de auto. Mocht je partner het te spannend vinden om in een dergelijke situatie zelf te rijden, dan mogen hij en de baby in de Maxi-Cosy met de ambulance mee. Hij heeft dan natuurlijk geen vervoer.

Markt 21     4931 BR Geertruidenberg     0162-523349     info@moriaen.nl