Untitled Document Home Praktijk Zwangerschap Goed geregeld Bevallen Kraambed Babyinfo Cursus

Over tijd zijn - serotiniteit

 

Wat gebeurt er wanneer je over je uitgerekende datum gaat?

Bevallen na je uitgerekende datum is heel normaal. De uitgerekende datum is immers een gemiddelde. 5% van de vrouwen bevalt op haar uitgerekende datum.

Wel spreken we tussen de 41 en 42 weken zwangerschap extra controles af. Dit wordt in samenspraak met de gynaecoloog gedaan. Deze controles bestaan uit een hartfilmpje van de baby, een controle van de gynaecoloog met een inwendig onderzoek en soms wordt er een echo gemaakt. Het inwendig onderzoek wordt gedaan om te kijken of je baarmoedermond al rijp is en de echo wordt gemaakt om te kijken of er voldoende vruchtwater bij de baby is.

 

Kondigt de bevalling zich aan vóór de 42 weken, dan bel je ons voor je bevalling. Ná 42 weken neemt de gynaecoloog de zorg over. De bevalling inleiden kan niet altijd meteen. Inleiden gaat niet als je baarmoedermond nog niet rijp is. Ben je bij 42 weken nóg niet bevallen, dan wordt eerst de baarmoedermond rijp gemaakt met behulp van hormonen. Als je baarmoedermond eenmaal dan rijp is, dan kan er een inleiding worden afgesproken. Kondigt de bevalling zich na 42 weken toch spontaan aan dan moet je het ziekenhuis bellen voor de bevalling.

 

Tegenwoordig zijn gynaecologen wat minder terughoudend met inleiden. En stellen soms voor om eerder dan 42 weken in te leiden. Ook als er geen medische noodzaak voor is. Bedenk goed voor jezelf of je dit ook echt wilt. Omdat de bevalling zich niet zelf aankondigt en je weeën uit een infuus krijgt maak je de bevalling medisch waardoor de kans op complicaties verhoogd wordt bij zowel moeder als kind.

 

Meer lezen: www.nvog.nl onder kopje verloskunde.

 

 

Bijstimulatie

 

Je bent aan je bevalling begonnen als je weeën hebt die voor ontsluiting zorgen. Vervolgens zetten wij de vordering van je baring in een curve. Dit heet een partogram. Gemiddeld zul je bij je eerste kind een centimeter per uur ontsluiten. Bij de volgende kinderen zal het over het algemeen wat sneller gaan.

We spreken van een verlengde baring als de ontsluiting te traag gaat of stagneert. Vaak wordt dit veroorzaakt door onregelmatige weeën of weeën die niet krachtig genoeg zijn.

We besluiten dan dat er een infuus met weeënstimulerende hormonen nodig is. Dit heet het bijstimuleren van de baring en gebeurt in het ziekenhuis.

 

Als de bevalling moet worden ingeleid

 

Inleiden is het opwekken van weeën met het hormoon oxytocine. Oxytocine wordt meestal opgelost in een zoutoplossing en via een infuus in de bloedsomloop gebracht. Hoewel men erg terughoudend is met inleiden kunnen er toch verschillende redenen zijn om het te doen. Bijvoorbeeld als je over tijd bent of je hebt langdurig gebroken vliezen.

Inleiden kan pas als je baarmoedermond ‘rijp’ is. Soms moet voorafgaande aan de inleiding eerst je baarmoedermond rijp gemaakt met een hoormoongel.

Als de bevalling wordt ingeleid, dan hoort daar ook bij, dat moeder en kind voortdurend bewaakt worden door middel van een cardiotocograaf (CTG). Dit is een apparaat dat de hartslag van de baby controleert en de kracht en de snelheid van de weeën registreert. Dit gebeurt door:

Ingeleide bevallingen zijn vaak kort en heftig. Je moet je instellen op snel en kort na elkaar komende weeën. Omdat de weeën bij een inleiding vanaf het begin krachtig en hevig kunnen zijn, heb je soms meer behoefte aan pijnstilling dan bij een spontaan begonnen bevalling.

 

Meer lezen: www.nvog.nl onder kopje verloskunde.

 

Vacuumextractie

 

Blijkt tijdens de uitdrijving, dat de geboorte van de baby moet worden bespoedigd, dan kan worden gekozen voor een vacuümextractie of een tangverlossing. Deze 'kunstverlossingen' vereisen speciale zorg en vinden daarom altijd plaats in een ziekenhuis en altijd onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog. Een vacuümextractie (VE) en een tangverlossing (FE) kunnen alleen worden uitgevoerd bij volledige ontsluiting. Dat wil zeggen: als je 10 centimeter ontsluiting hebt. Bovendien moet de baby in hoofdligging liggen en voldoende ingedaald zijn. Afhankelijk van de omstandigheden wordt gekozen voor een VE of een FE. Een tangverlossing wordt alleen gedaan als het hoofdje van de baby al in de goede stand - en zeer dicht bij de uitgang - ligt.

 

Voorbereiding

De vliezen zijn of worden gebroken.

Van het verlosbed wordt een dwarsbed gemaakt, door de onderste helft van het bed te verwijderen. De benen worden in de beensteunen gelegd. Met een injectie wordt de bekkenbodem plaatselijk verdoofd voor een knip. De blaas wordt leeggemaakt met behulp van een katheter (een slangetje dat in de blaas wordt gebracht). Meestal wordt er ook een draadje op het hoofd van de baby geplaatst, om de hartslag in de gaten te kunnen houden.

 

 

Vacuümextractie

Op het hoofdje van de baby wordt een metalen of rubberen zuignap geplaatst. Aan deze zuignap zit een slang, die verbonden is met een pomp. De pomp zuigt langzaam, gedurende enkele minuten, de lucht uit de zuignap. Hierdoor komt de zuignap goed vast te zitten op het hoofdje. Op het moment dat je een wee krijgt en mee mag persen, trekt de gynaecoloog aan de slang. Hij helpt je als het ware een beetje.

Als het hoofd van de baby is geboren, wordt de zuignap weggehaald. Hierna kan de baby verder geboren worden. Op de plaats waar de zuignap heeft gezeten, zie je vaak een verdikking op het babyhoofdje. Dat is een opeenhoping van vocht, die gewoonlijk binnen twee weken vanzelf weer verdwijnt.

 

 

bron: europe.obgyn.net

 

Tangverlossing

Een tang bestaat uit twee lepels met handgrepen. De lepels worden, los van elkaar, aan beide kanten van het babyhoofdje gelegd. De handgrepen, die buiten de vagina steken, worden aan elkaar geschoven. Tijdens de weeën wordt het hoofdje, met de lepels, door het baringskanaal naar buiten geleid. Zodra het hoofdje is geboren, worden de lepels verwijderd. Hierna kan de baby verder geboren worden. Na de geboorte kan de afdruk van de lepels op het hoofdje van de baby zichtbaar zijn. Deze afdruk verdwijnt geleidelijk gedurende de volgende dagen.

 

Na de geboorte

Na de geboorte wordt de baby nagekeken door de kinderarts. De kinderarts bepaalt welke zorg je baby verder nodig heeft.

 

Volgende zwangerschap

Bij een eventuele volgende zwangerschap is de kans op een kunstverlossing niet groter dan bij iedere andere vrouw.

 

Stuitligging

 

In stuitligging ligt de baby met zijn billen of voeten naar beneden. 1 op de 35 kinderen ligt in stuitligging. Tijdens de zwangerschapscontroles voelen wij uitwendig naar de ligging van de baby. Soms twijfelen we en moeten we een echo afspreken of, we proberen er met een inwendig onderzoek achter te komen hoe de baby ligt. Een enkele keer komt het voor dat een stuitligging tijdens de zwangerschap niet wordt ontdekt.

 

Er bestaan verschillende vormen van stuitligging.

De twee belangrijkste zijn:

Voelen wij rond 35 - 36 weken zwangerschap een stuitligging, dan adviseren wij de baby te laten draaien.

 

Lukt een versie niet, dan zul je onder leiding van de gynaecoloog moeten bevallen. De gynaecoloog zal beoordelen, of het bekken groot genoeg is om het hoofdje gemakkelijk te laten passeren.

Als daar geen twijfels over zijn, dan kun je prima vaginaal baren. Blijken er wel twijfels over het bekken of de grootte van het hoofdje van jullie baby, of als de billen van de baby tijdens de bevalling maar moeizaam indalen in het bekken, dan zal besloten worden tot een keizersnede. Bij een stuitligging komt het er namelijk op aan, dat op het allerlaatst, als de billen al geboren zijn, het hoofdje vlot kan passeren. De gynaecoloog moet van te voren inschatten of dat zal gaan lukken.

 

Wanneer een keizersnede?

De beslissing om het kind met behulp van een keizersnede geboren te laten worden, kan op verschillende tijdstippen worden genomen. Zo kan het besluit al vallen aan het einde van de zwangerschap, als de gynaecoloog bijvoorbeeld twijfels heeft over het bekken of de grootte van het hoofdje van de baby. Ook mag je tegenwoordig zelf mee beslissen. Als je vaginaal baren helemaal niet ziet zitten, dan krijg je een keizersnede.

Besluit je het vaginaal te proberen, dan kan het toch nog altijd zijn, dat er tijdens de bevalling een keizersnede moet worden gedaan. Bijvoorbeeld, als de baby in slechte conditie raakt of als de bevalling te lang duurt. Alleen onder zeer gunstige omstandigheden zul je vaginaal kunnen baren van een kind in stuitligging.

 

Het verschil tussen een stuitbevalling en een gewone bevalling:

Het belangrijkste verschil is, dat bij een stuitbevalling het grootste deel van het lichaam, namelijk het hoofd, het laatst wordt geboren. De bevalling moet ook in het ziekenhuis plaatsvinden, onder leiding van de gynaecoloog. De risico’s voor het kind zijn toch iets groter dan normaal, omdat het hoofdje als laatst geboren wordt.

 

De ontsluiting verloopt hetzelfde als bij een bevalling in hoofdligging, met alle individuele verschillen die daar bijhoren.

 

Tijdens de uitdrijvingsfase lig je op een dwarsbed. Dit is een ingekort bed, dat eindigt bij je billen en waarbij je benen in speciale steunen komen te liggen. Zo is er alle ruimte om bij het kind te kunnen.

Wanneer er volledige ontsluiting is, is het gebruikelijk dat je mag gaan persen. Meestal wacht men ook totdat je lichaam zelf persdrang aangeeft. Bij een stuitligging kun je ook al eerder persdrang voelen. Bijvoorbeeld al bij 8 centimeter. Dit komt omdat de stuit kleiner is dan het hoofd en dus eerder op je endeldarm drukt. Druk op je endeldarm geeft tijdens de baring persgevoel. Je mag dan nog niet actief persen en moet de persdrang ophouden tot er een volledige ontsluiting is. Dit kan een vervelend gevoel zijn. Het komt ook bij de hoofdligging voor.

 

Als de stuit bijna geboren is, wordt er meestal een knip gezet. Dit wordt gedaan om meer ruimte te maken. Nodig, omdat na de geboorte van de billen, romp en hoofd snel moeten volgen. Als het lijfje bijna geboren is, zal de gynaecoloog de baby verder met de geboorte helpen. Dit doet hij door de billen tussen zijn handen te pakken en in de richting van je buik te bewegen. Soms moet de gynaecoloog ook de armen van de baby helpen geboren te worden. Als de baby geboren is, kunnen billen, schaamlippen of balzak er wat vreemd uitzien. Door de druk tijdens de bevalling worden ze soms wat gezwollen en rood. Dit is na een paar dagen weer verdwenen. Opvallend is verder dat de baby de eerste dagen nog makkelijk met zijn beentjes omhoog gaat liggen. Ook dit verdwijnt na verloop van tijd weer.

 

Als je vertrouwen hebt in je gynaecoloog en in jezelf, en alles ziet er medisch gezien goed uit, dan kun je prima besluiten vaginaal te baren.

 

Meer lezen:            

www.knov.nl onder kopje zwangerschap

www.nvog.nl onder kopje verloskunde

 

 

Uitwendige Versie

 

 

Wat is de oorzaak van een stuitligging?

In de meeste gevallen is er geen oorzaak voor de stuitligging. Wel komt een stuitligging vaker voor bij een meerlingzwangerschap, bij een placenta die voor de uitgang van de baarmoeder ligt en bij bepaalde afwijkingen aan de baarmoeder.

 

Welke keuzes heeft u?

Nu uw baby in stuitligging ligt, heeft u twee keuzemogelijkheden:

 

- Uitwendige versie. Dit is het draaien van het kind met de handen aan de buitenkant van de buik van stuitligging naar hoofdligging.

- Niets doen. Er is dan een kleine kans dat het kind alsnog spontaan naar hoofdligging draait. Deze kans wordt kleiner naarmate de zwangerschapsduur vordert omdat de hoeveelheid vruchtwater afneemt en de ruimte voor de baby om te draaien steeds minder wordt.

 

Waarom is een hoofdligging gunstiger?

Voor een kind is een hoofdligging de meest natuurlijke ligging om geboren te worden een geeft de minste kans op gezondheidsproblemen. Bij een vaginale stuitbevalling of keizersnede zien we vaker dat een kind wordt opgenomen op de couveuseafdeling. Voor de moeder is er na een keizersnede kans op complicaties zoals een wondinfectie, nabloeding, beschadiging van de blaas of het niet goed op gang komen van de darmen. Voor alle volgende zwangerschappen geldt dat de bevalling moet plaatsvinden in het ziekenhuis onder leiding van de gynaecoloog omdat er sprake is van een litteken in de baarmoeder. Tijdens de bevalling bestaat dan de kans dat dit litteken scheurt. Deze kans is ongeveer 1%. Ook is er kans dat tijdens de volgende zwangerschap de moederkoek ingroeit in het litteken van de keizersnede, wat veel bloedverlies met zich meebrengt en soms ook verwijdering van de baarmoeder tot gevolg heeft.

 

Wanneer wordt een uitwendige versie gedaan?

Kinderen veranderen vaak van ligging in de zwangerschap. Rond de 33 weken ligt nog ongeveer 25% van de kinderen in stuitligging. Een groot deel draait vóór de bevalling nog spontaan naar een hoofdligging. Het draaien voor 36 weken is daarom in het algemeen niet zinvol. In principe kan het kind, mits er voldoende vruchtwater is, vanaf 36 weken tot aan de bevalling gedraaid worden.

 

Waarom een echo vóór de versie?

Bij een echoscopisch onderzoek kijkt de echoscopist(e) naar de ligging van het kind, de grootte van het kind, de hoeveelheid vruchtwater, de ligging van de placenta en naar aangeboren afwijkingen die een enkele keer een oorzaak van de stuitligging kunnen zijn. Soms wordt er bij de echo een reden gevonden voor de stuitligging. In dat geval kan er meestal geen uitwendige versie plaatsvinden.

 

Wie voert de versie uit?

Zowel een verloskundige als een gynaecoloog kunnen versies uitvoeren. Als men zich het doen van een versie maar eigen hebben gemaakt en het regelmatig doen. Meestal staan ze ingeschreven in het kwaliteitsregister uitwendige versie. De versiekundigen voeren de versie met zijn tweeën uit. Het is verstandig om uw partner of 1 andere volwassene mee te nemen naar de versie. Neem geen andere kinderen mee en kom met de auto.  

 

Hoe wordt het kind gedraaid?

Je ligt op de onderzoeksbank in een prettige ontspannen omgeving houding met opgetrokken knieën. De versiekundige omvat met beide handen de billen van het kind en brengt deze naar één kant van het bekken. Daarna wordt het kind met beide handen op deze plaats gehouden en zal de tweede versiekundige met de handen het hoofd naar voren bewegen. Door nu de billen omhoog en het hoofd geleidelijk naar beneden te bewegen zal het kind zelf verder draaien. Als het kind niet wil dan dan zal het niet draaien.

 

Waar wordt op gelet?

Hoe vaak lukt het draaien?

Of het lukt om je baby te draaien is van te voren moeilijk te voorspellen. Een aantal factoren spelen hierbij een rol.

De kans op een succesvolle versie is ongeveer 40%

 

Wat zijn de risico's van het draaien?

Complicaties welke het gevolg zijn van het uitwendig draaien van het kind zijn zeldzaam. Bij het kind kan een tijdelijke vertraging van de hartslag optreden die vrijwel altijd na enige tijd hersteld.

 

Doet een versie pijn?

Vrouwen reageren heel erg verschillend op de pijn van een versie. Het is dus persoonlijk. Je voelt het natuurlijk wel en je mag altijd aangeven dat de versie moet worden gestopt. Jij bepaalt wat er gebeurd.

 

Wanneer moet je bellen?

Na de versie kan er sprake zijn van een gevoelige buik. Dit is normaal. Wanneer je echter heftige buikpijn krijgt, vruchtwater verliest, regelmatige weeën krijgt of bloed verliest moet je direct contact opnemen met de praktijk. Ook kunt u na de versie minder leven voelen. Na enkele uren herstelt zich dat weer tot normale kindsbewegingen. Is dit niet het geval dan moet u ook bellen.

 

Na de versiepoging

Als de versie geslaagd is blijf je voor de verdere controle de zwangerschap bij ons in de praktijk en heb je de keus om thuis, in de Meiboom of in Origine te bevallen. Als de versie niet gelukt is of als het kind uit zichzelf weer terug draait, kan overwogen worden de versiepoging te herhalen. Blijft het kind in stuit liggen dan zal de bevalling plaatsvinden in het ziekenhuis en controleert de gynaecoloog het verdere verloop van uw zwangerschap. De gynaecoloog bepaalt door onderzoek of een vaginale stuitbevalling veilig is. Is dit het geval dan heeft u de keuze voor een vaginale bevalling of een keizersnede. Soms heeft u geen keus en zal de gynaecoloog om medische redenen besluiten tot een keizersnede.

 

Vergoeding

De ziektekostenverzekeringen vergoeden de uitwendige versie volledig.

 

Besluiten een uitwendige versie te laten verrichten geeft voor moeder, baby en de kinderen erna enorm veel gezondheidswinst!

 

De Keizersnede

 

Een geplande keizersnede

Soms weet je als zwangere al van tevoren dat je kind via een keizersnede geboren zal worden. Je krijgt een ‘geplande keizersnede’. Hieronder volgt een aantal redenen:

Een spoedkeizersnede

Het kan gebeuren, dat tijdens jouw bevalling direct een operatie noodzakelijk is. Dan is er sprake van een ‘spoedkeizersnede’. Deze wordt uitgevoerd in de volgende situaties:

Voorbereiding op de keizersnede

Besluit de gynaecoloog om een keizersnede te gaan doen, dan gaat hij eerst bellen om een ‘OK-team’ bij elkaar te roepen. De verloskamerverpleegkundige gaat jou ondertussen gereed maken:

Daarna ga je naar de operatiekamer.

 

Verdoving tijdens de keizersnede

Je kunt een keizersnede onder algehele narcose ondergaan of onder plaatselijke verdoving (beter gezegd: met een epiduraal). Het hangt van de situatie af, voor welke verdoving er gekozen wordt. Bij voorkeur kiest men voor een epiduraal.

 

Een epidurale verdoving

Je ligt op je zij of zit op de rand van het bed. De anesthesist vraagt of je iets gebogen wilt gaan zitten. Dan word je rug gejodeerd. Vervolgens wordt er een injectienaald tussen twee wervels gestoken, tot in de epidurale ruimte binnen het wervelkanaal. Hierna wordt in deze ruimte een slangetje geschoven waardoor de verdovende vloeistof wordt toegediend. Het duurt even voordat de verdoving werkt. Vanuit je voeten kruipt een, eerst prikkelend, dan warm en zwaar, gevoel omhoog tot je middel. Vanaf die plaats tot aan je voeten word je gevoelloos.

 

Tijdens de operatie kun je wat druk voelen onderin je buik, als het hoofdje van de baby eruit wordt gepakt. Je hoort dan ook dat de gynaecoloog het vruchtwater uit de baarmoeder wegzuigt. Pijnlijk is de keizersnede echt niet. Je hoort natuurlijk wel alles. Vind je dit vervelend, probeer dan wat te praten met je partner. Je partner mag bij een keizersnede met epiduraal altijd bij je blijven.

Als de baby er eenmaal is en het gaat goed met hem, dan mag je ook na een keizersnede meteen contact maken. Misschien is het goed om aan te geven dat je graag je baby even in je armen wilt hebben. Als de baby het goed doet kunnen jullie daar rustig de tijd voor nemen.

 

Als je gehecht bent, word je van de apparatuur afgesloten en naar de uitslaapkamer gebracht. De verdoving werkt nog wel een paar uren door.

 

Algehele narcose

Nadat je klaar bent voor de operatie ga je naar de inleidingskamer. Daar plakt een verpleegkundige ECG-stickers ter hoogte van je hart, zodat je hartconditie in de gaten kan worden gehouden. Je krijgt ook een bloeddrukband om je bovenarm, zodat de bloeddruk steeds kan worden gecontroleerd. Dan ga je naar de operatiekamer.

 

In de operatiekamer ga je alvast op de operatietafel liggen en krijg je steriele lakens rond het te opereren gebied. Die plek wordt met een soort jodium ontsmet. Je krijgt een injectie met een narcosevloeistof in de slang van het infuus. Omwille van de baby wordt de narcose pas op het laatste moment toegediend. Na te zijn ingeslapen krijg je een buisje in je keel of neus. Dit buisje is aangesloten op de beademing.

 

De operatie

Als de operatie begint, wordt er een snee in je buikwand gemaakt. Meestal iets boven je schaambeen.

In laagjes wordt de buikwand tot aan de baarmoeder doorgesneden. De blaas wordt van de baarmoeder losgemaakt en een beetje opzij gelegd. De baarmoeder wordt opengemaakt, de vliezen worden gebroken en de gynaecoloog haalt meteen de baby uit je baarmoeder. Ook wordt dan het vruchtwater afgezogen.

Tussen het maken van de snee en de geboorte van het kind liggen ongeveer drie minuten. De placenta wordt daarna losgemaakt van de baarmoeder en samen met de vliezen verwijderd. Je krijgt via het infuus nog verschillende medicijnen toegediend, zoals pijnstilling en iets om de baarmoeder goed te laten samentrekken. De baarmoeder wordt daarna gehecht. De blaas wordt weer vastgelegd en de buikwand laag voor laag gehecht. Dit duurt ongeveer drie kwartier. Met een epiduraal kun je dan naar de uitslaapkamer.

Bij een algehele narcose moet je eerst zelf ademen, dan gaat het buisje uit je keel en de narcosapparatuur wordt afgesloten. Daarna ga je naar de uitslaapkamer om bij te komen.

Vanuit de uitslaapkamer ga je, als alles goed gaat, naar de kraamafdeling. En dan snel bij je baby zijn.

 

De baby

Het hangt van de reden van de keizersnede af, hoe de opvang van je baby zal verlopen. Gaat het allemaal goed, dan is er tijd voor een rustige kennismaking. Gaat het niet zo goed, dan wordt de baby meteen meegenomen naar de babykamer naast de operatieruimte. Daar is een kinderarts die de baby opvangt. Hij bekijkt de hartslag, de ademhaling, de spierspanning, de kleur en de reflexen van je baby.

Ook kijkt de kinderarts naar afwijkingen. Is alles goed, dan mag je baby in een bedje naar papa. Gaat het niet optimaal, dan wil de kinderarts de baby op de kinderafdeling in de gaten kunnen houden.

 

De kraamtijd

Voor jou is de kraamtijd een periode van herstel die langer zal duren dan voor vrouwen die vaginaal zijn bevallen. Je hebt een grote buikoperatie gehad en daarom de nodige aandacht en rust nodig. Lijfelijk en emotioneel is er veel met je gebeurd en dat heeft tijd nodig.

Je blijft in ieder geval vier of vijf dagen in het ziekenhuis. Als alles goed gaat mag je daarna huis.

Het litteken van de snede ziet er de eerste dagen wat roodachtig uit. Later in de kraamtijd wordt die kleur steeds lichter. Na ongeveer drie weken is de wond genezen. Het duurt echter nog wel even voordat alles er ‘mooi’ uitziet.

Je vloeit over het algemeen wat minder dan dat je bij een vaginale bevalling doet. Je kunt ongeveer acht weken vloeien.

 

Nadat je weer thuis bent, heb je nog 10 dagen na de dag van de bevalling recht op kraamzorg. Maar ook na die tijd heb je nog hulp nodig. Kijk of je wat extra zorg kan regelen. Misschien kan je partner thuis zijn of kun je hulp vragen van familie. Je moet proberen de tijd te nemen voor herstel; des te sneller voel je je weer de oude.

 

De eventuele volgende zwangerschap en bevalling

In de meeste gevallen kun je je bij een volgende zwangerschap gewoon aanmelden bij een verloskundige.

Tijdens het eerste gesprek wordt bekeken of je meteen naar de gynaecoloog moet of dat je tijdens je zwangerschap bij de verloskundige onder controle kan blijven.

Ben je 36 weken zwanger, dan ga je naar de gynaecoloog om in het ziekenhuis te bevallen. Dit moet omdat de bevalling bewaakt moet worden met een CTG of omdat je weer een keizersnede krijgt.

 

Meer lezen: www.nvog.nl onder kopje verloskunde