Untitled Document Home Praktijk Zwangerschap Goed geregeld Bevallen Kraambed Babyinfo Cursus
Kraamtijd

 

Na de bevalling begint de kraamtijd. Die duurt in de regel 6 weken. De kraamverzorgster komt de eerste 8 tot 10 dagen bij jullie in huis om jullie alles te leren over de verzorging van de baby.

Wij komen in die tijd een aantal keren bij jullie thuis langs, omdat we verantwoordelijk zijn voor de medische zorg tijdens het kraambed. Nadat we het kraambed hebben afgesloten, neemt het consultatiebureau de zorg voor de baby van ons over. De wijkverpleegkundige komt in de 2e week na de bevalling bij jullie thuis langs. Zij belt van tevoren voor een afspraak.

 

Rusten

Het is van groot belang, dat je goed rust tijdens de kraamtijd. We kunnen het niet vaak genoeg zeggen. Je lichaam heeft rust nodig om goed te kunnen herstellen. Rust je slecht, dan loop je het eerste jaar achter de feiten aan. Je lichaam heeft een grote prestatie moeten leveren. Voor vrouwen die een keizersnede hebben gekregen, gelden dezelfde rusttijden als voor vrouwen die vaginaal bevallen zijn. Dat is eigenlijk niet eerlijk. Een keizersnede is een grote buikoperatie waar je behoorlijk van moet opknappen. Al met al wordt een bevalling, langs welke weg dan ook erg onderschat.

 

Waar heeft het lichaam die rust nou voor nodig?

 

Veel redenen:

Het is dus belangrijk niet te moe te worden.

 

Hechtingen

 

Verzorging van hechtingen tijdens de kraamtijd

Als na een paar uur na het hechten de verdoving is uitgewerkt kunnen hechtingen nogal gevoelig zijn. Zelfs als je geen knip hebt gehad voelt het hele gebied rond de vagina beurs aan. Je perineum voelt vaak zwaar aan , is opgezet en bij plassen geeft het een branderig gevoel. De hechtingen kunnen trekken en het kan moeilijk zijn een houding te vinden die pijnloos is. Dit kan zeker als je zelf voedt zeer lastig zijn. Vaak is het de eerste dagen fijner om te liggen dan te zitten. Ga nooit op een zogenaamde windring zitten. Daar krijg je alleen maar zwelling van. Als je gaat zitten probeer het dan op een harde stoel. Lang staan en lopen moet je de eerste dagen niet doen. Een wond kan het beste genezen als je rust. Als je moet plassen doe het dan onder de douche. Je urine wordt verdunt waardoor het minder branderig aanvoelt en bovendien blijft de wond mooi schoon. Een natgemaakt maandverband uit de vriezer kan helpen tegen de zwelling en helpt de doorbloeding. Een zo droog mogelijke wond geneest sneller dan een vochtige wond. Als het vloeien als wat minder is kun je prima met blote billen op een kraammatras in bed. Meestal duurt het wel een paar dagen voor je weer ontlasting hebt. Als je aandrang hebt, ook al lijkt het eng, ga toch naar de toilet en probeer zo weinig mogelijk te persen.

 

Hoe herstelt het perineum

Als je hechtingen hebt, een beurs gevoel en een gezwollen perineum zul je je vast wel eens afvragen of het ooit nog goed komt daar beneden. De vagina herstelt zich in 5 tot 8 weken in min of meer de toestand van voor de bevalling. De bekkenbodemspieren herstellen zich langzaam, ook in 5 – 8 weken alleen blijft de uitgang van de vagina meestal iets wijder dan voor de bevalling. Het is wel erg belangrijk om bekkenbodemspieroefeningen te doen. Na ongeveer 6 weken na de bevalling kun je daar mee beginnen. Zie kraamtijd.

Een goed genezen knip is een litteken en voelt in het begin als een stugge verdikking aan. Deze verdikking trekt langzaam weg tot er een dun wit streepje achterblijft.

 

Wat als het perineum niet goed geneest?

In sommige gevallen gaat de wond ontsteken. Dat is vervelend en kan pijnlijk zijn. Het hangt erg af van de ernst van de ontsteking af wat wij je dan adviseren te doen. Er zijn ook vrouwen die last blijven houden van het perineum terwijl de oude wond er ogenschijnlijk goed uitziet. Soms is het bindweefsel wat ontstaan is erg stug en moet je het soepel masseren met een beetje olie. Maar als dat niet helpt moet je echt contact met ons opnemen! Soms is de pijn heel makkelijk te verhelpen. Dat je je perineum tijdens het vrijen nog een aantal maanden voelt is wel normaal te noemen, maar die klachten moeten met een half jaar toch verdwenen zijn.

 

Geel zien

 

Veel baby's worden rond de derde of vierde dag een beetje geel. Dit komt door het bilirubinegehalte in het bloed. Bilirubine is een stof die vrijkomt bij de afbraak van rode bloedcellen. Omdat de rode bloedcellen van baby's korter leven, zijn er meer afbraakstoffen in het bloed in het bloed aanwezig. De lever zet bilirubine om in een stof die via de ontlasting het lichaam kan verlaten. Maar bij baby's werken de lever en de darmen nog niet optimaal. Het bilirubinegehalte in het bloed loopt daardoor op en dat geeft de huid een gele tint. Dit gebeurt bij alle baby's. Sommige baby's worden erg geel. Het is zaak om dit goed in de gaten te houden, want een te hoog gehalte aan bilirubine kan de hersenen beschadigen. Baby's die echt te geel zijn worden vaak ook minder actief.
Als de kraamverzorgster de baby erg geel vindt, dan belt ze de verloskundige. De verloskundige besluit of bloedonderzoek nodig is. Als het bilirubinegehalte toch meevalt, dan blijft de baby gewoon thuis. Is het aan de hoge kant maar nog niet te hoog, dan wordt de baby de volgende dag een tweede keer geprikt om te controleren of het gehalte niet stijgt. Is het bilirubinegehalte echt te hoog, dan wordt de baby opgenomen in het ziekenhuis en onder de 'blauwe lamp' gelegd. Dit licht zorgt ervoor dat de bilirubine sneller wordt afgebroken. Meestal is na twee of drie dagen het bilirubinegehalte zover gedaald dat de baby mee naar huis mag.

Ook zonlicht kan het bilirubine afbreken. Leg je baby bij zonnig weer dus achter glas in de zon. Het beste is om hem alleen in een luier in de zon te leggen zodat de huid zoveel mogelijk zon krijgt. Let wel op dat de baby warm genoeg blijft. Als hij het te koud heeft, leg dan een kruikje in de rug of zet de verwarming aan.
 

Afvallen


Baby's, leven de eerste dagen van hun reserves. Bovendien heeft een baby bij de geboorte extra veel vocht bij zich. Deze twee factoren zorgen ervoor dat baby's de eerste drie tot vier dagen afvallen. Dan blijven ze een dag stabiel en vervolgens gaan ze groeien. Een baby mag maximaal tien procent van zijn geboortegewicht afvallen. Als de baby zeven procent is afgevallen kijkt de verloskundige of het nodig is de baby wat meer voeding te geven. Baby's die erg weinig afvallen, groeien over het algemeen ook minder snel. Baby's die flesvoeding krijgen groeien vaak gelijkmatiger. Borstgevoede baby's kunnen soms in een keer 100 gram groeien.

 

Spruw

 

Spruw ziet eruit als witte uitslag op de tong. Deze uitslag is niet weg te wrijven; als dat wel kan, dan is het waarschijnlijk uitslag van de voeding. Spruw is een schimmelinfectie en wordt veroorzaakt door de gist Candida albicans. Het is erg besmettelijk. Bij borstvoeding zal de moeder ook besmet worden, wat pijn oplevert tijdens het voeden.

Verschijnselen:

 

Bel de verloskundige als je spruw vermoedt. Als zij inderdaad vaststelt dat er sprake is van spruw, dan zal de huisarts je medicijnen voorschrijven. Het is van belang dat zowel moeder als kind worden behandeld!! Met medicijnen is spruw goed te behandelen.

Voorzorgsmaatregelen:

 

Heb je een vaginale schimmelinfectie in de zwangerschap dan is het verstandig je te laten behandelen.

 

Hielprik

 

Tussen de 4e en de 7e dag na de bevalling komt een kraamverzorgster de hielprik doen. Daarnaast doet zij ook een gehoortest.

Voor een hielprik wordt, door middel van een prik in de hiel, bij de baby bloed afgenomen, voor onderzoek op 17 zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Snelle opsporing van deze ziekten is van groot belang, om schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de baby te voorkomen of te beperken. Het betreft allemaal aandoeningen die niet te genezen zijn maar wel goed behandeld kunnen worden.

 

Je kind laten onderzoeken is niet verplicht maar wel belangrijk. Zien jullie van onderzoek af, dan kun je dit aangeven als de kraamverzorgster belt voor een afspraak.

 

De volgende aangeboren ziekten worden onderzocht:

 

AGS (adrenogenitaal syndroom). Dit is een ziekte van de bijnier, die leidt tot verstoring van de hormoonproductie. AGS komt voor bij 1 op de 12.000 kinderen.

 

CHT (congenitale hypothyreoïdie). Hierbij werkt de schildklier onvoldoende. CHT komt voor bij 1 op de 3000 kinderen

 

PKU (phenylketonurie). Dit is een erfelijke stoornis in de stofwisseling. PKU komt voor bij 1 op de 18.000 kinderen

 

Deze ziekten zijn bij vroege ontdekking goed te behandelen. PKU met een dieet, CHT en AGS met medicijnen.

 

Verder wordt er getest op een aantal stofwisselingsziekten en op een bloedziekte (sikkelcelziekte).

Wilt u weten om welke aandoeningen het precies gaat kijk dan op www.rivm.nl/hielprik.

 

Na het onderzoek worden de bloeddruppels een jaar in een laboratorium bewaard. Dit gebeurt, omdat het soms nodig is het eerdere onderzoek te controleren. Na deze periode mag het RIVM het bloed nog vier jaar gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Heb je daar bezwaar tegen dan kun je dit aangeven aan de kraamverzorgster die de hielprik komt doen.

 

De uitslag

Je ontvangt geen bericht als de uitslag van het onderzoek goed is. Soms is de hoeveelheid afgenomen bloed te weinig voor het onderzoek. Dan wordt de hielprik opnieuw gedaan. Ook als de uitslag niet meteen duidelijk is, is een tweede prik nodig. Zo’n tweede prik gebeurt binnen twee weken na de eerste hielprik. Je wordt dan gebeld voor een afspraak. Ook nu krijg je geen bericht als de uitslag goed is.

Is de uitslag niet goed dan word je binnen drie weken na het uitvoeren van de hielprik gebeld.

 

Je krijgt van ons rond 36 weken zwangerschap een folder over het laten verrichten van de hielprik.

Lees deze folder goed door.

 

De gehoortest

De kraamverzorgster heeft het liefst dat je baby slaapt tijdens de test. Het is geen vervelende test. De baby krijgt een klein dopje in zijn oor, dat verbonden is met een meetapparaat. In het dopje zit een microfoontje en een klein luidsprekertje dat een ratelgeluid geeft. Een gezond oor reageert op dit geluid door zelf een geluidje terug te geven. De microfoon vangt dit op. Soms moet de gehoortest worden overgedaan, omdat de baby, de eerste keer bijvoorbeeld wat verkouden was.